-
Leeuwarden
€ 24,90Het vertrek van Geart de Vries als directeur van het Historisch Centrum Leeuwarden is een passend moment hem een erebundel aan te bieden. Ruim twintig auteurs die met hem te maken hadden in functies die hij vervulde, leverden daarvoor een bijdrage. Ieder essay heeft betrekking op aspecten van de Leeuwarder cultuur en geschiedenis of daarmee verbonden personen. In deze eeuw beleefde de stad een opmerkelijke culturele revival, bekroond in 2018 met de aanwijzing tot culturele hoofdstad van Europa. In hoeverre kunnen lijnen naar een verder verleden worden getrokken?
Alexander Tuinhout, Annelies van der Goot, Bert Looper, Dirk van Ginkel, Gert Elzinga, Goff e Jensma, Hans Mol, Henk Oly, Hotso Spanninga, Jacques Kuiper, Jan Faber, Kees ’t Hart, Klaas Zandberg, Leo van der Laan, Meindert Schroor, Meindert Se nga, Mineke Bosch, Peter de Haan, Philippus Breuker, Pieter de Groot, René Kunst, Steven Sterk, Willem Otterspeer, Yme Kuiper.
-
Wat soesto!
€ 15,00Freark Smink set mei Wat soesto! de kroan op synymposante toanielkarriêre. Yn dit boek fine jo de Fryske teatertekst en de oersetting yn it Nederlânsk. Boppedat skreau Geert Mak in wiidweidich essay oer Smink en kuieret hy oan de hân fan dit ferhaal troch de ûntwikkelingen yn de lânbou en yn Fryslân. Bouke Oldenhof skriuwt oer toanielskriuwen en it ûntstean fan dit stik. It boek jout derneist in oersicht fan it toanielwurk fan Freark Smink, yllustrearre mei prachtige foto’s út de âlde doaze.
-
-
Koos van der Sloot
€ 24,90Koos van der Sloot (1953-2018) heeft een leven als stedenbouwkundige in Friesland achter de rug als hij zichzelf opnieuw uitvindt als kunstenaar. Van 2007 tot 2013 maakt hij ruimtelijk werk waarvoor het ei en het landschap van zijn jeugd de inspiratie leveren. Zijn creaties zijn sterk symbolisch en vaak verhalend. Hij speelt veel met de begrippen tijd, leven en dood. Gaandeweg wordt zijn werk abstracter, de ordening wordt leidend. In een volgende fase, van 2014 tot 2018, maken de assemblages met eieren plaats voor bouwkundige constructies. Deze werken vangen op eenvoudige en tegelijk ingenieuze wijze het verglijdende daglicht, met eivormige schaduwgaten als resultaat.
Een breed palet aan auteurs duidt dit werk vanuit kunsthistorisch of persoonlijk perspectief. De toon is afwisselend essayistisch, verhalend of poëtisch. Ook de stem van de kunstenaar zelf klinkt in een aantal van zijn verzen. Dit rijk geïllustreerde boek laat zich hierdoor lezen als een gelaagde documentaire en bevat alle highlights van het eigenzinnige werk en leven van Koos van der Sloot. -
It Frysk is dea en oare fleurige ferhalen
€ 12,50It Frysk is dea en oare fleurige ferhalen is in samling gedichten en koarte ferhalen. It is proaza en poëzy oer it deistige libben, mar mei in flinke knypeach. Fleurige ferhalen en oertinkingen, fan ‘De hûnen fan Barry Hay’ oant ‘De Hooliganbus’ en de absurdistyske gedichten ‘By de kofje-automaat’. Want der mei bêst wat mear lake wurde yn de Fryske literatuer.
Freddie Scheltema (Easterein, 1960) skriuwt yn it Nederlânsk, mar foaral yn it Frysk. Yn syn tiid op de middelbere skoalle hie er graach wat flottere Fryske boeken lêze wollen foar syn boekelist. Dêrom begûn hy yn 2010 sels mei skriuwen.
-
Prinsentuin Leeuwarden
€ 17,90In de monumentale stadskern van Leeuwarden ligt de Prinsentuin, een van de groene parels die de Friese hoofdstad rijk is. Halverwege de zeventiende eeuw werd de tuin als lusthof aangelegd door Stadhouder Willem Frederik van Nassau. Deze lusthof kennen we nu als de Prinsentuin en bevat een schat aan bijzondere verhalen uit verschillende perioden in de geschiedenis van de stad.
Nadat in 1819 koning Willem I de hoftuin teruggaf aan de bewoners van de stad, schreef het stadsbestuur een opdracht uit tot herinrichting. Deze opdracht hield verband met de ontmanteling van het bolwerk. Daarmee was Leeuwarden een van de eerste steden in Nederland die een openbaar stadswandelpark op de vestingwerken liet aanleggen. Stadsarchitect Gerrit van der Wielen (1767-1858) en ‘architect van buitengoederen’ Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) werkten circa vijfentwintig jaar aan de transformatie van de stad. Naast de Prinsentuin ontwierp Roodbaard een aaneengesloten groenstructuur op het bolwerk, waarin de wandeling centraal stond. Zijn collectie ontwerptekeningen geeft een prachtige inzage in de gefaseerde aanleg vanaf 1821 tot ongeveer 1846.
Nu, tweehonderd jaar nadat werd aangevangen met de omvorming van de Prinsentuin tot openbaar stadswandelpark, heeft het monumentale groen een nieuwe betekenis gekregen. Het park herbergt het verhaal van het verleden, maar het vraagt tegelijkertijd om een toekomstbestendige visie. -
Tied veur n lach
€ 15,00Mainsttied akkedaaiert t meroakels tussen Wubbe en Jannoa, mor sums kinnen zai nkander wel aanvlaigen. Benoam as ain van heur baaident zien handen ien n aandermans webenust stekt.
Ien Tied veur n lach beleven zai weer van ales en zellen joen lachspieren stief aan de bak mouten.Nico Torrenga (1971) schrift noast Grunneger proza toneelstukken dij zowel ien Nederland as ien België speuld worden. Hai publiceert geregeld ien Toal & Taiken, Kreuze en op webstee Dideldom.
-
Het leven van boeren die Hunebedden bouwden
€ 29,90Tussen 5.000 en 10.000 jaar geleden vond de Neolithische landbouwrevolutie plaats en werd de jager-verzamelaar meer en meer een boer die van een nomadisch bestaan overging naar een vaste nederzetting. Het zijn ‘vluchtige gestaltes’ waar we weinig van weten.
Zo’n ‘vluchtige gestalte’ is voor auteur Hein Klompmaker de groep boeren die meer dan 5.000 jaar geleden besloten hunebedden te bouwen. De vraag of je deze groep boeren als het ware ‘tot leven zou kunnen wekken’ heeft hem niet meer losgelaten. Hoe leefden deze mensen en waarin verschilt onze tijd wezenlijk van die van de hunebedbouwers? In dit boek gaat Klompmaker als een moderne detective op zoek naar het leven van de boeren die hunebedden bouwden.
De ontdekking van het Neolithicum wordt in de huidige tijd vooral beschreven als een ‘grand narratif’, waarbij grote lijnen en lange processen de boventoon voeren. Mede door de dominante plaats van archeologie in dit verhaal zijn het gedrag en de normen en waarden van de hunebedbouwende boeren vrijwel buiten beschouwing gebleven. Juist de cultureel-mentale ontwikkeling van de landbouwtransitie verdient nadere bestudering, onderzoek en belangstelling. Deze collectieve biografie voert niet alleen mensen van vlees en bloed op in het historische verhaal, maar laat ook monumenten, voorwerpen en landschappen als quasi-personages optreden en verbindt deze met het leven van alledag. Dat levert niet alleen een wetenschappelijk verantwoorde visie op, maar toont het Neolithicum in al zijn verscheidenheid en diversiteit als een vergane cultuur van mensen, dieren, monumenten en landschappen. Van mensen die, net als wij, een verleden hadden, keuzes maakten in het hier en nu en nadachten over de toekomst. De multidisciplinaire aanpak die Hein Klompmaker in dit boek hanteert, biedt een verrassend nieuwe kijk op het wereldbeeld van de boeren, die hunebedden bouwden.
Hein Klompmaker is historicus en publicist. Hij wilde aanvankelijk journalist worden maar besloot later zich te richten op geschiedenis. Na de havo volgde hij een lerarenopleiding en studeerde vervolgens geschiedenis aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Klompmaker was van 1988 tot 2018 directeur van het Hunebedcentrum in Borger.
-
-
Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe
€ 39,95In 1921 stond Zuidoost-Drenthe letterlijk en figuurlijk in brand. De dramatische gebeurtenissen van dat jaar, de aanloop en de onderliggende oorzaken worden in Opstand en ondergang van de veenarbeiders in Zuidoost-Drenthe 1860-1921 op indringende wijze beschreven.
Turfwinning was decennialang de belangrijkste bedrijfstak in Zuidoost-Drenthe. Toen in 1921 de turfwinning in het gebied instortte ontstond een sociale ramp: werkloosheid, armoede en honger. De veenarbeiders kwamen hiertegen massaal in opstand.
Deze crisis kwam echter niet uit de lucht vallen. Al vijftig jaar eerder waren er tekenen dat de turfwinning zijn langste tijd gehad had, doordat turf steeds meer door steenkool werd vervangen. De teruglopende rentabiliteit werd op de veenarbeiders afgewenteld, onder meer door het verlagen van hun lonen. In dezelfde periode kreeg het socialisme voet aan de grond en werden er vakbonden opgericht. Deze ontwikkelingen zetten de arbeidsverhoudingen verder op scherp. Juist in deze periode raakten in andere gebieden de turfvoorraden uitgeput en verschoof de turfwinning naar Zuidoost-Drenthe. Gesteund door hun vakbonden kwamen de veenarbeiders in opstand. Maar ook binnen de vakbewegingen was rivaliteit. Anders dan in de rest van Nederland speelde in Zuidoost-Drenthe binnen de vakbewegingen vooral de botsing tussen de revolutionaire socialisten en sociaaldemocraten. Het overgeleverde beeld van arme, ongeschoolde en opstandige veenarbeiders is sterk bepaald door deze laatste fase van de vervening.
Dit boek beschrijft de sociale en economische aspecten van de veenwinning, de opkomst en rivaliteit binnen de vakbewegingen en de aanloop naar de massale arbeidersopstand van 1921 in Zuidoost-Drenthe.
-











