Aantal 553–564 van 603 totaal

  • Nijntje in de dieretuin in’t Westfries

    In deze Westfriese vertaling, gaat nijntje samen met vader Pluis met de trein naar de dierentuin. In de dierentuin ziet Nijntje een ‘kangeroe, met in d’r buk ‘n zak. Deer zat heur kloine purkie in, lekker op z’n gemak.’

    De vertaling van Nijntje in de dieretuin in ‘t Westfries is gemaakt door Peter Ruitenberg. Ruitenberg is een autoriteit op het gebied van het Westfriese dialect.

     7,95
  • De academie van Vriesland

    Geschiedenis van de academie en het athenaeum te Franeker, 1585-1843
    Jacob van Sluis
     16,90

    De academie van Vriesland

    Geschiedenis van de Academie en het Athenaeum te Franeker, 1585-1843

    Opgericht in 1585 bestond er in het provinciestadje Franeker ruim 250 jaar lang een instelling voor academisch onderwijs, eerst als universiteit en later als athenaeum. Dit boek beschrijft deze geschiedenis: waarom opgericht, waarom juist hier, en waarom weer gesloten, over de professoren en hun studenten, over het onderwijs inhoudelijk en naar methode. Uitgebreid wordt de bibliotheek belicht: beleid, doelgroep, en de collectie als spiegel van onderwijs en van wetenschapsgeschiedenis. De rode draad is het grote verschil tussen een instelling voor hoger onderwijs toen en een moderne universiteit als centrum voor fundamenteel onderzoek.

     16,90
  • Asega, is het dingtijd?

    De hoogtepunten van de Oudfriese tekstoverlevering
    O. Vries
     49,90

    Asega, is het dingtijd?

    De hoogtepunten uit de Oud-Friese tekstoverlevering. Standaardwerk. Met inleiding en toelichtingen van dr. O. Vries van de Rijksuniversiteit Groningen.

     49,90
  • Marijke Meu (1688-1765)

    Stammoeder van ons vorstenhuis
    Fred Jagtenberg
     25,00

    Marijke Meu (1688-1765)

    Marijke Meu (tante Marijke) is de koosnaam van Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765) waaronder de Friezen hun vorstin uit de achttiende eeuw kennen. Zoiets zegt veel over de aard van de band die de Friezen met deze prinses uit het huis van Oranje-Nassau hadden. Veel minder bekend is haar voortdurende strijd om de belangen te verdedigen van haar enige zoon: de latere stadhouder Willem IV. Het voortbestaan van het huis Oranje-Nassau, waarvan de Hollandse tak met het overlijden van stadhouder Willem III in 1702 uitgestorven was, leek door de dood van Johan Willem Friso in 1711 onzeker.
    ‘Marijke Meu’, Friso’s weduwe, vormde geruime tijd de dunne draad die Willem van Oranje met ons tegenwoordige koningshuis verbond. Lang heeft de officiële Nederlandse geschiedschrijving zowel aan haar als aan haar tijd weinig aandacht besteed. Met deze biografie worden leemten in onze kennis van de achttiende-eeuwse stadhouderlijke familie aangevuld.

     25,00
  • nijntje op de fiets in ut Utregs

    Nijntje op de fiets in ut Utregs gaat over de wens van nijntje om later te gaan fietsen: ‘laoter as’k groat ben, dach nijntje op eên dâg, goatik een fietstoch maoke, k’hoop da da dan mâg.’

    De vertaling is door Herman van Veen.

     7,95
  • aupa en auma plùis innut haags

    In Aupa en auma plùis innut Haags gaat nijntje op bezoek bij opa en oma pluis. ‘oppun dag zè aupa plùis: ik heb wat voâh je, nijn. Ik heb voâh jâh un step gemaak. hoi hoi, riep nijn, wat fèn.’ Oma pluis leert nijntje breien. Nijntje breidt ‘un warreme doek voâh auma plùis, voâh in de wintâhtèd.’
    De Haagse vertaling is van Robert-Jan Rueb.

     7,95
  • opa en oma pluus in ‘t Westfries

    In Opa en oma Pluus in ‘t Westfries gaat nijntje op bezoek bij opa en oma. ‘Opa pluus en oma pluus, die hielde groôt van nijn. Nijn kwan ok oftig op bezoek, dat vonde hullie foin.’ Opa Pluus timmert ”n steppie’ voor nijn en bij de thee eten ze ‘butterkoekies’, want ze spreken Westfries met elkaar.

    De vertaling van Opa en oma Pluus in ‘t Westfries is gemaakt door Peter Ruitenberg. Ruitenberg is een autoriteit op het gebied van het Westfriese dialect. Hij is onder andere de samensteller van de Westfriese spreukenkalender en schreef de boeken Streek & Taal West-Friesland en Op de boeretoer.

     7,95
  • nijntje in ‘n dierntuin in ‘t Achterhooks

    In deze Achterhoekse vertaling, gaat nijntje samen met vader Pluis met de trein naar de dierentuin. In de dierentuin ziet Nijntje een ‘kangoeroe, met in eur boek een zak. Door zat eur kleine kindje in, lekker op zien gemak.’
    De vertaling is door Arie Ribbers.

     7,95
  • Oranjekoek

    Tryntsje Nauta
     39,90

    Oranjekoek

    Zoveel Friese bakkers, zoveel oranjekoeken. Een Fries feest is niet compleet zonder oranjekoek. Het zoete banket kent een lange historie en is uitgegroeid tot een feestelijk symbool. Maar zoals ‘dé Fries’ niet bestaat, heeft ook dé oranjekoek vele verschijningsvormen. In een tot fotostudio
    omgebouwd busje is beeldend kunstenaar Tryntsje Nauta op bezoek geweest bij alle drieënnegentig Friese bakkers om hun oranjekoek te documenteren.

    Safolle bakkers, safolle oranjekoeken. In Frysk feest is net kompleet sûnder oranjekoeke. It swiete banket hat in lange histoarje en is útgroeid ta in feestlik symboal. Mar sa as ‘dè Fries’ net bestiet, hat ek dè oranjekoeke in soad ferskiningsfoarmen. Yn in ta fotostudio omboud buske gie keunstner Tryntsje Nauta op besite by alle trijeennjoggentich bakkers om harren oranjekoeke te fotografearjen.

    There are as many oranjekoeken as there are bakeries. A Frisian party is not complete without oranjekoek. This sweet pastry has a long history and has gradually developed into a festive Frisian icon. But just as there is no stereotypical Frisian, likewise oranjekoek comes in many forms. In a minibus converted into a photographic studio photographer Tryntsje Nauta visited all the ninety-three bakeries to photograph their oranjekoek.

     39,90
  • Mijn bijtring was een hazenbot

    Belevenissen van een polderjager
    Martin Tulp
     17,50

    Mijn bijtring was een hazenbot

    Jachtpassie is niet erfelijk, maar als zoon van ‘Meester’ Tulp, onderwijzer – en jager – in Hoogwoud, ging de schrijver (1950) al heel jong mee op jacht. Eerst als drijver, en vanaf zijn 16e met het geweer. Bijna vijftig jaar later is hij nog steeds te vinden in de West-Friese velden. In diverse jachttijdschriften publiceerde hij regelmatig verhalen en artikelen over de jacht.

    De illustraties zijn van Kees van Scherpenzeel (1955). Hij was tussen 1978 en 2012 werkzaam als professioneel illustrator. In de loop der jaren heeft hij honderden natuurboeken, kinderboeken, streekromans en tijdschriften van tekeningen voorzien. Ook illustreerde hij een aantal jachtboeken.

     17,50
  • nijntje in ‘n derentuin in Twente

    In de dierentuin ziet Nijntje een ‘heel vrömd peerd. Nijn reup, dat is ampat, dat mot wa wis nen zebra wean, met striepen van kop tot gat’. De Twentse vertaling is door Harry Nijhuis, streektaalconsulent van TwentseWelle.

     7,95
  • pake en beppe pluus in et Stellingwarfs

    In pake en beppe pluus gaat Nijntje op ‘bezuuk’ bij opa en oma pluus. Opa heeft ‘veur nijn een autoped’ en Nijn breit ‘een mooie doek veur as et winter wodt’. Bij de thee eten ze ‘botterkoekies’. De Stellingwerfse vertaling is door Johan Veenstra. Veenstra schrijft romans, verhalen en gedichten in het Stellingwerfs. Ook is Veenstra columnist voor de Leeuwarder Courant.

     7,95